Oppositie doet beroep op president om justitieminister te ontlasten uit functie

De President van de Republiek Suriname
Z.E. De heer D.D. Bouterse
d.t.k.v. de Voorzitter van De Nationale Assemblée
Mw. drs. J. Geerlings-Simons

Paramaribo, 7 juli 2016

Heer President,

Ondergetekenden, allen leden van De Nationale Assemblée, richten U hierbij dit schrijven naar aanleiding van artikel 86 van het Reglement van Orde, met als doel de beantwoording van de hierna volgende vragen:

Op verzoek van de Regering heeft het Parlement op 29 juni 2016 een Comité-Generaal gehouden om de leden te voorzien van informatie betreffende het Constitutioneel vraagstuk.

Op een persconferentie van de Regering van 30 juni 2016 j.l. heeft de minister van Justitie en Politie Mw. Mr. Dr. J. Van Dijk-Silos verregaande uitspraken gedaan die beschuldigingen bevatten aan de Rechterlijke Macht in het algemeen en de Krijgsraad in het bijzonder.

Conform de minister lapt de Krijgsraad de Grondwet van de Republiek Suriname aan zijn laars en is naar haar zeggen ‘evident’ dat de Krijgsraad in het 8 decembermoordenproces op de stoel van het Constitutioneel Hof is gaan zitten. De minister geeft verder aan dat de rechters partijdig hebben gehandeld en de Grondwet reeds jaren met een intensivering in de afgelopen zes maanden, meermalig hebben vertrapt dit door het handelen van de Rechterlijke Macht.

Het gedrag van de minister tijdens de genoemde persconferentie is ten zeerste in strijd met de onafhankelijke gezagsuitoefening en is derhalve bijzonder afkeurenswaardig. De minister heeft eveneens gepositioneerd over het uitbreken van een burgeroorlog, hetgeen opruiend en zeer af te keuren is. Daarnaast heeft ze niet nagelaten bevriende naties te beschuldigden en negatief te bespreken.

De door de minister gedane uitlatingen en de wijze waarop dat gedaan is, aangevuld met de onvriendelijke bejegening van de media hebben gezorgd voor brede afkeuring, verbazing, onrust, ongeloof en twijfels over de geschiktheid van de Minister met betrekking tot het op adequate wijze kunnen vervullen van haar functie, meer nog daar deze minister vanaf haar aanstelling steeds steken heeft laten vallen. De houding van de minister van Justitie en Politie geeft een verwerpelijke behoefte aan de beïnvloeding van de Rechterlijke Macht, terwijl de wetgeving duidelijk aangeeft hoe te handelen in geval men niet eens is met een uitspraak genomen door de Rechterlijke Macht. Indien het juist zou zijn hetgeen de minister beweert, dan geeft ze op het minst zichzelf een brevet van ongeschiktheid. De minister heeft eveneens de geldende parlementaire codes m.b.t. tot het Comité-Generaal doorbroken door inhoudelijk informatie openbaar te maken.

Redenen te meer een beroep op U te doen, de nodige corrigerende maatregelen te treffen met als gevolg de minister te ontlasten uit haar functie.

Gaarne een zo spoedig mogelijk antwoord uwerzijds.

Hoogachtend,

Dhr. Gajadien
Dhr. Sharman
Dhr. Jogi
Mw. Mathoera
Dhr. Kalloe
Dhr. Nurmohamed
Mw. Pokie
Mw. Vorswijk
Dhr. Belfort
Dhr. Bee
Mw. Karta-Bink
Mw. Etnel