Relatie-Nederland (slot)

Na een periode van stabiele betrekkingen kwam er in 2010 een kink in de Nederlands-Surinaamse kabel door het aantreden van Desi Bouterse als president van Suriname. De toenmalige demissionaire minister van Buitenlandse Zaken van Nederland reageerde op dit gegeven met de opmerking, dat Bouterse niet welkom was in Nederland, behalve om zijn straf uit te zitten. 

Suriname reageerde daarop door Nederland niet uit te nodigen voor de inauguratie van de nieuwe president. De betrekkingen met Nederland werden teruggebracht op het niveau van Zaakgelastigde. De relatie verslechterde verder door de productie van de zelf-amnestiewet in 2012, waardoor het process terzake onderzoek naar de decembermoorden in de wielen werd gereden. 

Nederland riep daarop zijn ambassadeur uit Suriname terug. Van Nederlandse zijde werd de relatie bij kamerbrief van de Minister van Buitenlandse Zaken, gedateerd 26 augustus 2011, aangegeven dat Nederland in de toekomst “ een zakelijke en betrokken relatie met Suriname blijft nastreven, tenzij dit door ontwikkelingen niet meer mogelijk zou zijn”.

Hoewel ik bij de komende verkiezingen ten strijde trek tegen het gevoerde beleid van de huidige Surinaamse regering, wil ik herhalen hetgeen ik in September 2011 bij de proclamatie van de “ Kenniskring Nederland –Suriname” in Wassenaar stelde, namelijk: dat het Surinamse belang altijd veel groter is dan het belang van individuen die in een emotioneel of juridisch conflict met Nederland verwikkeld zijn.

Daarmede roep ik Nederland op om de zinsnede “….tenzij dit door ontwikkelingen niet meer mogelijk zou zijn”, onder geen enkel omstandigheid tot uitvoering te brengen. De Surinaamse- Nederlandse betrekkingen worden namelijk naast betrekkingen tussen twee staten tevens gevormd door een band tussen twee volkeren. En die verbondenheid-op-afstand moeten wij koesteren.

Laat ik duidelijk zijn: De relatie met het Koninkrijk der Nederlanden is een belangrijke en ik ben voorstander van een volledige normalisatie van de betrekkingen op basis van wederzijds respect en wederzijdse voordelen. Er wordt vaker gezegd dat Nederland vrijwel geen belang heeft bij een goede relatie met Suriname. 

Ook bestaat er de angst dat Suriname op geld van Nederland uit is via een nieuwe pot met ontwikkelingshulp. Dat is een negatieve benadering en het weerspiegelt geenszins van wat Nederlanders vandaag de dag in Suriname doen. 

Er is een behoorlijk personenverkeer uit Nederland in gang gekomen en niet alleen van de zgn. allochtonen, maar ook van autochtonen.  Er vinden investeringen vanuit Nederland plaats en mede als resultaat hiervan zijn de prijzen van grond en woningen fors gestegen. 

Er zijn meer Nederlandse scholen en instituten in Suriname actief dan men zich wellicht van bewust is. Het straatbeeld in Paramaribo vertoont meer Nederlandse stagiaires, vrijwilligers en vakantiegangers dan waarschijnlijk beseft wordt. 

Kortom beide landen moeten nodig weer eens als volwassenen aan tafel gaan zitten om goed bij te praten en na te gaan wat er zoal gedaan kan worden. 

Nederland heeft vrienden nodig in Latijns-Amerika en in het Caribisch gebied en Suriname is een logische keuze. Het grote ambassade gebouw van het koninkrijk der Nederlanden in Suriname illustreert dat nogmaals. 

Het beleid anno 2014 ten aanzien van de relatie met Nederland, zou  primair gebaseerd moeten worden op de geїdentificerde politieke en economische belangen van Suriname, met inachtneming van de historische realiteit van een groot aantal personen van Surinaamse origine, die in Nederland leven, wonen en werken. 

Het Suriname beleid ten aanzien van Nederland zal onderdeel moeten zijn van het Suriname beleid ten aanzien van de Europese Unie.  Het is de taak van beide regeringen op korte termijn actie te ondernemen tot structureel overleg en tot herstel van het vertrouwen . 

Bij wijze van aanmoediging daartoe zou alvast gestart kunnen worden met het opvoeren van de diplomatieke betrekkingen naar het hoogste niveau. Dat zulks zich waarschijnlijk zal voltrekken amper enkele maanden voor de volgende verkiezingen zal er hopelijk geen kwaad aan doen.

Met deze korte presentatie heb ik getracht , binnen de mij toegemeten tijd, u enig zicht te verschaffen in het beleid dat de VHP voorstaat met betrekking tot de voortgang van de politiekvoering naar Nederland toe.

Tot slot wil ik, namens de Vooruitstrevende Hervormings-Partij, nogmaals mijn erkentelijkheid betuigen aan onze afdeling VHP- Nederland, voor het organiseren van deze lezing die genoemd is naar onze oud voorzitter, Mr. Jaggernath Lachmon. 

Lachmon was altijd voorstander van een goede relatie tussen Suriname en Nederland en dat streven blijft een belangrijk element in het buitenlands beleid van de VHP, met als speerpunt het diasporabeleid.

Chan Santokhi